| |
Slow travel - Terug naar de menselijke maat
Birte Querl en Jeroen Plantinga, 3 april 2009
In 1986 ontstaan als culinaire tegenhanger van fastfood, is de Slow Food Movement inmiddels uitgegroeid tot een wereldwijde slow-beweging die zich afzet tegen vervlakking en zich inspant voor de verhoging van levenskwaliteit. In recreatie en toerisme manifesteert het zich als slow travel. Ook in Nederland steken hier en daar initiatieven de kop op. Maar is ons drukbevolkte land wel geschikt voor toerisme en recreatie volgens de slow-filosofie?
Birte Querl en Jeroen Plantinga werden om hun mening gevraagd ...
Nederlanders staan niet bekend als levensgenieters. We worden geassocieerd met klompen en tulpen en zijn het calvinistische land van 'gewoon is al gek genoeg'. Adviseurs Leisure Jeroen Plantinga en Birte Querl van adviesbureau LAgroup menen dan ook dat Nederland zich niet bij uitstek leent voor slow. “De verklaring daarvoor heeft deels een culturele component en deels een ruimtelijke component. Bij slow travel in Europa denk je toch eerder aan landen als Spanje, Italië, Frankrijk of Noorwegen.”
Nederlandse reisorganisaties als Andando en Boabab spelen slim in op slow travel en bieden sinds kort ook deze reissoort aan – naar buitenlandse bestemmingen. Tijdens een slow travel-reis kunnen reizigers 'langzaam genieten'. De reizen zijn duurzame vakanties, die afwijken van de routine en waarin de innerlijke rust van de reiziger centraal staat. Toch zijn er ook in toeristisch-recreatief Nederland hier en daar slow-initiatieven te ontdekken. Neem het Slow City-keurmerk dat Midden-Delfland in de wacht heeft gesleept. En ondernemers in het Vechtdal Overijssel die, in samenwerking met Vechtdal Marketing, een campagne starten onder de noemer 'Alle tijd'. Daarnaast ontwikkelt ook VVV-Texel ook plannen voor een slow-campagne. Niet zo gek, want het huidige tijdsgewricht is er naar: na het vastlopen van de oververhitte economie is er een trend waarneembaar die teruggaat naar de menselijke maat, naar het onthaasten. Daarnaast speelt de klimaatdiscussie de duurzaamheid van slow travel in de kaart. “Inderdaad werken de omstandigheden mee”, erkent Birte Querl. “Maar je moet in Nederland goed oppassen welke etiket je erop plakt. Breng je het onder de noemer 'slow', dan verlies je het van andere landen. Maar kies je voor de binnenlandse markt en breng je het onder het motto onthaasten, zoals het initiatief in het Vechtdal, zie ik zeker kansen.”
Uniek en authentiek Dat Nederland het op het gebied van slow travel internationaal gezien zou afleggen tegen andere landen, weigert Wouter de Waal, directeur van VVV Texel, te beamen. “Met dat beeld ben ik het totaal niet eens. Veel buitenlanders zullen verrast zijn over de slow-kenmerken van Nederland. Een Parijzenaar of een inwoner van het Roergebied zou in ons land een prima slow-vakantie kunnen vieren.” De Waal is, samen met een groep ondernemers, aan het onderzoeken hoe slow travel op Texel gestalte moet krijgen. “We zijn het aan het optuigen”, aldus de directeur. “In zekere zin hebben wij het al, alleen is er geen vaste noemer voor. Maar zodra je iets benoemt, ontstaat er aandacht. Als er een naampje aan hangt, wordt het herkenbaar.” Is slow travel daarmee alleen een marketingtruc? “Nee”, meent De Waal, “het is veel meer dan dat. Maar als je het project uitwerkt en het leidt zichtbaar tot kwaliteitsverbetering, zul je wel merken dat – doordat het is benoemd en herkenbaar is gemaakt – er ook investeringssubsidies gedaan kunnen worden. Daardoor maak je het verschijnsel weer interessanter.” Maar, benadrukt De Waal, slow travel – of, zo u wilt, slow recreation – begint bij uitstraling. “Het moet uniek en authentiek zijn. Verder vind ik dat het begrip slow vooral van toepassing is op kleine aanbieders van het toeristisch product, en daarvan hebben we er hier genoeg. We willen een beweging op Texel op gang zien te krijgen die het kleine en het persoonlijke centraal stelt, want juist die kleinschalige toeristische producten hebben een hoge belevingswaarde.”
Probleem van de slow-beweging binnen toerisme is dat het minder tastbaar is als slow food, waaraan makkelijk producten kunnen worden gekoppeld. Gevraagd naar de slow-kenmerken van toerisme, antwoordt De Waal: “Ik vind dat je kenmerken toch meer moet zoeken in de accommodaties dan in het gebied. De luxe van eenvoud – dat vind ik wel een mooie vertaalslag. Maar ook mensen met een goede lokale kennis vind ik een belangrijk onderdeel. Die tegen toeristen zeggen: neem nou eens niet dit pad, maar kies voor dat andere pad – dáár zie je toch mooie natuur!” Wanneer slow travel echt zijn intrede gaat doen op Texel is overigens nog even de vraag. De Waal: “We zoeken nog een aantal ondernemers die de kar willen trekken.”
Ont-moeten In het Vechtdal zijn ondernemers en VVV al een heel stuk verder. Vol trots legt Elizabeth Stoit, merkleider van Vechtdal Marketing (onderdeel van het Regionaal Bureau voor Toerisme Vechtdal-IJsseldelta) het lijvige magazine 'VVV Tijd Schrift 2009' op tafel, waarin het thema 'Alle tijd' centraal staat. “Het concept werd aangedragen door de ondernemers en wordt ook breed door hen ondersteund”, vertelt Stoit. “In een klankbordgroep, waarin vertegenwoordigers zaten uit de dag- en verblijfsrecreatie en uit de hotellerie en overheden, kwam al gauw naar voren wat de onderscheidende waarde van het Vechtdal is: tijd. De toerist kan hier onthaasten, heeft alle tijd en móet helemaal niets – iets waarvoor we de term 'ont-moeten' hebben bedacht. Diezelfde toerist vindt het ook fijn om met mensen te praten. En dat kan, want de mensen hier – ook de recreatieondernemers – nemen nog de tijd voor hun gasten. Een derde aspect van tijd is de verleden tijd, die we hier volop hebben als je kijkt naar onze cultuurhistorie.”
Nadat in oktober 2007 bureau G2K haar onderzoekswerk afrondde werd een actieplan opgesteld en wist de organisatie ook een Europese subsidie van drie ton binnen te halen. “Een groot deel van dat geld zetten we in voor internetmarketing. Eind februari is een nieuwe site gelanceerd. Daarnaast is een streekmagazine geproduceerd en zijn er in het Vechtdal 150 banieren geplaatst met de tekst 'Alle tijd'. Onthaasten is leidend in onze strategie, en soms doen we dat ook met een knipoog. Zo gaan we een cadeauboekje ontwikkelen met achterin een cadeaubon die voor een periode van tien jaar geldig is.”
Ondernemers werken op geheel eigen wijze mee aan het concept Alle Tijd. In de horeca wordt steeds meer de nadruk gelegd op streekgebonden gerechten, terwijl camping de Lemeler Esch uit Ommen het initiatief 'Zitmomenten' heeft opgestart. Directeur/eigenaar Wilma Ellenbroek vertelt: “Ik heb altijd al iets willen doen met lezen, omdat veel mensen pas tijdens hun vakanties aan lezen toekomen. Is het dan niet aardig, dacht ik, als je kunt lezen op een bijzondere plek? Zo is het concept Zitmomenten ontstaan.” Verspreid over de camping, dat over een flink stuk bos beschikt, staan acht Zitmomenten – bijzonder vormgegeven objecten die uitnodigen tot een rustmoment en zorgen voor een bijzondere zitervaring. De één ziet eruit als een schommelstoel, terwijl de ander opvalt door een glinsterende roestvrijstalen rand tussen de bomen. “Daardoor worden mensen nieuwsgierig en worden ze als het ware naar het object toe gelokt”, legt Ellenbroek uit. Zitmomenten is ontwikkeld in samenwerking met studenten van de Zwolse vestiging van ArtEZ, hogeschool voor de kunsten, en is inmiddels erkend als Leaderproject.
Resultaten zien De campagne voor Alle Tijd begint dit voorjaar. “Alle ondernemers zijn er zeer positief over”, zegt Ellenbroek. “Het is hard nodig dat het Vechtdal goed op de kaart wordt gezet en met dit thema creëren we een moderne uitstraling in een authentieke omgeving.” Harde doelstellingen heeft de organisatie zichzelf niet opgelegd. “We meten niet concreet in bijvoorbeeld een aantal overnachtingen dat we willen bereiken. Het goed bereiken van de landelijke pers vinden we echter wel belangrijk.” Toch moeten straks wel degelijk resultaten zichtbaar worden, vindt Elizabeth Stoit. “We hebben een actieplan tot 2010. Dan moeten we toch wel effecten kunnen zien.” Omdat de steun uit Euopa eenmalig is, hoopt Stoit ook dat op termijn gemeenten in het Vechtdal ook meedoen en de campagne financieel zullen ondersteunen.
Hoewel consultant Jeroen Plantinga van LAgroup kanttekeningen plaatst bij de internationale slow-kansen voor Nederland, denkt hij dat de beweging op landelijk niveau zeker kansen heeft. “Onthaasten, duurzaamheid, terug naar de echte waarden: het is in toenemende mate van belang. Kijk maar naar de toename van het aantal zaken met een Michelinster in ons land en naar de toenemende aandacht voor bijvoorbeeld de 'vergeten groenten'. En we hebben best gebieden die zich prima lenen voor onthaasting, in ons land van snelwegen en bedrijventerreinen.” Want slow travel is echt niet alleen weggelegd voor Toscane of het Noorse fjordengebied. Plantinga: “Waarom richten we ons niet op het creëren van slow spots, plekken buiten de steden? Je moet het niet groter maken dan het is.”
Kortom: slow travel – het kan best in Nederland, maar je moet het wel een eigen benadering geven.
Midden Delfland: Cittaslow van Nederland De gemeente Midden-Delfland is vorig jaar uitgeroepen tot de eerste Nederlandse Cittaslow, ofwel slow city. Cittaslow is het internationale keurmerk voor gemeenten die op het gebied van leefomgeving, landschap, streekproducten, gastvrijheid, milieu, infrastructuur, cultuurhistorie en behoud van identiteit tot de top behoren. Het gaat hierbij om gemeenten met minder dan 50 duizend inwoners.
Maar hoe komt een gemeente als Midden-Delfland, nota bene gelegen onder de rook van Rotterdam, aan dit keurmerk? “Ha ha, die vraag is ons vele malen eerder gesteld”, reageert burgemeester Arnoud Rodenburg. “Juist die verbazing is een goede reden om eens te komen kijken bij ons. Midden-Delfland straalt kwaliteit van leven uit en dat is terug te zien op velerlei gebied.” De gemeente scoorde dan ook 86 punten op de schaal van honderd van Cittaslow, vertelt hij trots. Midden-Delfland is bewust op zoek gegaan naar een bepaalde noemer waaronder het eigen beleid zou kunnen vallen. “Het doel van Cittaslow sluit heel goed aan bij de door ons ontwikkelde Gebiedsvisie Midden-Delfland 2025: een open, historisch cultuurlandschap waar nog stilte en ruimte ervaren kan worden, maar waar tegelijkertijd veel bedrijvigheid is.” De burgemeester verwacht dat het keurmerk leidt tot meer toeristen. “Dagrecreanten trekken we al volop met zeven miljoen bezoeken per jaar, maar op het gebied van verblijfsrecreatie kan het beter. Gelukkig zien we steeds meer kleinschalige verblijfsrecreatie, zoals bijvoorbeeld Bed & Breakfast, komen.”
Midden-Delfland is uitgeroepen tot Cittaslow Hoofdstad van Nederland en dat schept ook verplichtingen, zegt Rodenburg: “Als pionier gaan we werken aan een heel netwerk van slow city's in Nederland. We streven er naar om te beginnen met één stad per provincie.” Met welke gemeenten hij praat, laat de burgemeester nog even in het midden. “Ik merk wel dat een aantal gemeenten huiverig is: het certificaat krijgen is één, maar het onderhouden is twee. En dat onderhoud kost je best wat werk.” Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Recreactie, vakblad van RECRON (auteur Jaap van Sandijk), maart 2009. |