In een blog op de oude website van LAgroup schreef ik over de opkomst van foodhallen in Nederland. Inmiddels lijken deze zich als een inktvlek over Nederland te verspreiden. Tijd dus om er nog een keer de thermometer in te steken. Hoe gaat het nu eigenlijk met al die hallen?

Horeca helpt bij herontwikkeling
Zoals de hotelfunctie wordt gezien als redding van leegstaande kantoor-gebouwen, lijkt het foodhalconcept dé nieuwe invulling voor lege fabrieken, winkels en ander verlaten vastgoed. Foodhallen Amsterdam is (sinds najaar 2014) een onverminderd succes, al geven de snelle wisseling van enkele outlets in de foodhal en de totale conceptwijziging (binnen twee jaar) van de twee naast-gelegen vaste restaurants te denken. Maar de goede locatie en de in hetzelfde complex gelegen zeer succesvolle FilmHallen (350-400.000 bezoekers per jaar) zijn sterke factoren. Ook Fooddock in Deventer – open sinds eind 2015 – doet het goed, met 100.000 bezoekers in hun eerste openingsjaar. En – mijn persoonlijke favoriet – de Fenix Food Factory, sinds mei 2014 op Katendrecht in Rotterdam, loopt prima. Maar dit is een tijdelijk concept tot (vermoedelijk) eind 2017. Dan wordt het gebouw herontwikkeld en verhuist een deel van de ondernemers naar een naastgelegen locatie.

2017-01-21-Fooddock-Deventer-Francine-Nijp-httpsmeisjevanhetlicht.com.jpg#asset:2577
Fooddock Deventer (foto: Francine Nijp via Meisjevanhetlicht.com)

 Werkelijkheid weerbarstiger dan de theorie 

Tegenover deze succesverhalen staat dat Amicitia Food Village in Amersfoort, eind 2015 geopend, al binnen een half jaar failliet ging door sterk tegenvallende bezoekaantallen. Inmiddels is het in sterk verkleinde vorm doorgestart. De World of Food in een voormalige parkeergarage in Amsterdam-Zuidoost, is een gedurfde herontwikkeling van Lingotto en Stadsdeel Zuidoost, met circa 25 outlets en open sinds augustus 2015. Het kent al vanaf de start financiële problemen, vooral door tegenvallende beheerkosten. Gevolg is leegstand van outlets en problemen voor sommigen van de exploitanten. Tegelijkertijd is dit ook een maatschappelijk project, bedoeld om de oude Bijlmer een impuls en startende ondernemers een kans te geven. Het is daarom wat minder onderhevig aan de tucht van de markt. De Afrikaanse food- en cultuurmarkt Yada-Yada, op het Hembrugterrein in Zaandam, moest na opening eind 2015 vrijwel direct sluiten door problemen met de verwarming. Voorjaar 2016 volgde heropening. Het was vooral gericht op bezoek uit Amsterdam, maar dat valt tegen. Het aantal bezoekers is lager dan verwacht en de openingstijden zijn fors teruggebracht. Het is nu alleen nog vrijdag- en zaterdagavond open en op zondagmiddag- en avond. De Pier in Scheveningen, die deels als een soort foodhal fungeert, is vooral druk bij speciale evenementen. Maar daarbuiten is het vaak (te) rustig in het foodgedeelte. Van Heinde, een blurring concept van versmarkt en foodhal in een voormalige fabrieksruimte in ’s-Hertogenbosch, was ook al na enkele maanden weer gesloten. Het wordt nu voortgezet als gewone supermarkt met daarnaast een brasserie.

Foodhal vergt ondernemerschap en collectieve marketing
Betekent dit het failliet van het concept foodhal? Natuurlijk niet, maar het maakt duidelijk dat – what’s new – ook hier locatie en ondernemerschap essentiële succesvoorwaarden zijn. Er zijn plannen voor nog flink wat foodhallen in Nederland, onder andere in Enschede, Zutphen, Den Haag, Amsterdam. Ik ben met name benieuwd naar de levenscyclus van foodhallen. Zijn ze een blijvend succes, of is het concept met name geschikt voor tijdelijke invulling zoals bij Fenix in Rotterdam? In Tilburg is Food Hall 88 in de Spoorzone een succes, maar dit is een pop-up concept dat alleen af en toe in weekenden geopend is. De vele festivals met rollende keukens zijn forse concurrenten voor de foodhallen. En de achilleshiel van foodhallen is toch vooral de kwaliteit van de individuele ondernemers en van de collectieve marketing. Combinatie met andere sterke functies (zoals de FilmHallen en een hotel bij de Foodhallen Amsterdam) zal de kans op succes verhogen. Heb je dan ook nog een spannend en sfeervol gebouw, dan is de locatie minder van belang en kunnen foodhallen ook op locaties met weinig traffic succesvol zijn, zoals in Deventer.

Fenix Food FactoryFenix Food Factory (foto: Hmmmayer via Flickr Creative Commons)

Ondertussen, in de ‘gewone’ horeca …
Succesvol of minder succesvol, foodhallen hebben het stedelijke horeca-aanbod flink verruimd, figuurlijk en letterlijk. Dit zal, samen met de – zeker in de grote steden – trend om vaker buiten de deur te lunchen, koffie te drinken, te dineren, et cetera, hebben bijgedragen aan de groei van de restaurant- en fastfoodomzet, die recent door het CBS werd gerapporteerd (ruim +7% in de eerste drie kwartalen van 2016 ten opzichte van dezelfde periode in 2015). Maar Koninklijke Horeca Nederland voorzitter Robèr Willemsen relativeerde in zijn nieuwjaarstoespraak het positieve CBS-nieuws. De sterke groei van het horeca-aanbod zet de omzet per bedrijf onder druk. Twee voorbeelden: Fooddock in Deventer, circa 750 m2 groot, voegde in één klap 5% toe aan het Deventer aanbod van restaurants en fastfoodbedrijven van circa 15.000 m2 verkoopoppervlak (bron: HorecaDNA). In Utrecht is sprake van de komst van een horecabedrijf met daarbinnen verschillende outlets met internationale keukens, totaal liefst 3.000 m2 groot. Ook voor Utrecht zou dat 5% toename betekenen op de bestaande circa 65.000 m2 restaurant- en fastfoodoppervlak. Dat lijkt gering maar is in feite een zeer forse uitbreiding van het fijnmazige horeca-aanbod in beide steden. Op de gevolgen hiervan kom ik een volgende keer terug.