Op 4 juli 1959 – bijna 60 jaar geleden – werd de gloednieuwe Amerikaanse ambassade in Den Haag geopend, naar een ontwerp van architect Marcel Breuer. Het gebouw was al in 1959, op een gevoelige plek aan het historische Voorhout, spraakmakend en is dat anno 2019 nog steeds. Bij een peiling vond 50% van de Haagse bevolking dat het gebouw direct gesloopt mocht worden. Gelukkig is het blijven staan – en dat blijft ook zo; sinds 2017 is het een rijksmomument. West Den Haag pleit voor een maatschappelijk-culturele functie in het gebouw.

De gemeente Den Haag, eigenaar sinds begin 2018, is er nog niet uit welke functie het gebouw moet krijgen. Er zijn of waren plannen voor een nieuw Eschermuseum, dat nu nog in het Paleis Lange Voorhout zit, een hotel, of een combinatie van beide. Zelfs wordt ‘gewoon’ verkoop aan de markt overwogen, tot afgrijzen van veel betrokkenen. Een dergelijke bijzondere locatie vraagt om een bijzondere invulling met een – al is het maar deels – maatschappelijk-publieke functie.

Voormalige Ambassade VS - plafond auditorium - foto: Birte Querl

Na het verwijderen van hekken en andere veiligheidsvoorzieningen is het gebouw eindelijk toegankelijk en lijkt Den Haag het in zijn armen te hebben gesloten. Bij de eerste mogelijkheid tot bezichtiging stonden de bezoekers tot ver buiten in de rij. Inmiddels is West Den Haag, een nationale presentatie-instelling voor beeldende kunst, geland in het pand. Samen met gebouwbeheerder Anna Vastgoed & Cultuur is, onder de veelzeggende naam “Onze Ambassade”, van het gebouw een tijdelijke ‘culturele hotspot’ gemaakt. Een ambassade voor ‘de kunst van nu’, debatten en lezingen.

Voormalig ambassade VS - lampen bibliotheek - foto: Birte Querl

LAgroup bezocht onlangs de ambassade en we spraken er met Akiem Helmling van West Den Haag. Hij pleitte nadrukkelijk voor een functie die het – nu nog wat magere – Museumkwartier meer én breder inhoud geeft. Een functie die niet alleen toeristen trekt maar relevant is voor de hele stad. We werden gastvrij rondgeleid door locatiemanager Laressa Mulder. Het bezoek riep tegenstrijdige gevoelens op. Pas binnen valt op hoe klein het gebouw eigenlijk is, en in wat voor hokjes het ambassadepersoneel hun werk moest doen. Tegelijkertijd herbergt het interieur architectonische pareltjes, zoals de deels in ere herstelde bibliotheek en het auditorium. Duidelijk werd in ieder geval dat (rendabel) hergebruik een flinke uitdaging is, of het nu is voor een ambitieus museum of voor een commerciële functie zoals een hotel. Het is dan ook jammer dat de gemeente Den Haag zich vooral lijkt te richten op een zo hoog mogelijke verkoopopbrengst voor het pand en niet bereid lijkt om een sterke maatschappelijk-publieke functie financieel te ondersteunen.