De Aïda van Verdi, eigenlijk een wat langdradig en bombastisch stuk. Maar flink ingekort, gemixed met urban dance en hoogwaardig uitgevoerd op het Scheveningse strand, dan krijg je iets heel indrukwekkends. Enthousiast publiek, met de ondergaande zon als decor en krijsende meeuwen als backing vocals. Cultuur verbindt!

Zingen is een van mijn passies. Dat doe ik sinds kort in een klein kamerkoor en al veel langer in projectkoren. Een groep zangers, variërend van 50 tot soms wel 500, studeert in een aantal maanden, en soms in één dag, een koorwerk in. Meestal klassieke hits, zoals de requiems van Mozart en Brahms, mooie stukken als de Cavallaria Rusticana en opera’s zoals La Traviata. De uitvoeringen vinden meestal plaats in een kerk – mooi, historisch en betaalbaar – en soms in een professioneel muziektheater zoals Muziekgebouw Eindhoven of TivoliVredenburg.

Vorig jaar heb ik voor het eerst meegewerkt aan een uitvoering op het strand, de Carmina Burana van Carl Orff, als onderdeel van het Haagse Festival Classique. Dat was, tot dan toe, mijn mooiste koorervaring. Vanwege het grote succes van de Carmina werd dit jaar weer een strandopera uitgevoerd, als opening van Festival Classique. Dit keer de Aïda van Verdi. Eigenlijk vond ik dat maar een langdradig en bombastisch stuk, maar het was flink ingekort en er waren door regisseur David Prins moderne elementen in verwerkt, zoals urban dance.

Foto: Linda van den Burg

Het resultaat? Net zo indrukwekkend, of misschien indrukwekkender dan de Carmina Burana. Drie uitverkochte avonden, de ondergaande zon op de achtergrond, krijsende meeuwen als backing vocals. Het is zo bijzonder om zoiets te mogen meemaken, zowel voor het publiek als voor de zangers en musici. Dan waardeer ik weer dat dit kan in Nederland, dat er schaarse middelen worden vrijgemaakt om mensen deze ervaring te bieden. Cultuur verbindt, zeg ik van harte als leisure adviseur!

(C) Anne Reitsma
(C) Anne Reitsma