De opkomst van fluid spaces en monowinkels in binnensteden

Veel winkels en winkelketens in winkelsteden zijn de laatste tijd verdwenen. Maar in binnensteden zijn ook nieuwe winkeltypen te zien die bijdragen aan de aantrekkelijkheid van zo'n binnenstad: winkels waar het commerciële met het sociale aspect wordt verbonden, en monowinkels.

Een aantrekkelijke binnenstad is van groot belang voor bewoners en bezoekers. De aantrekkelijkheid van binnensteden wordt in belangrijke mate bepaald door het retailaanbod, een sector die zich in moeilijke tijden doormaakt. Alleen al het laatste jaar zijn veel bekende winkels en winkelketens failliet gegaan, met name in het middensegment. Dit is enerzijds het gevolg van de vraag naar meer luxe (de upgrading van de Bijenkorf) en van de toenemende vraag naar low budget (Forever 21). Anderzijds is dit het gevolg van het feit dat winkels in het middensegment zich niet echt van elkaar weten te onderscheiden. Daarnaast is de sterke stijging van online verkoop ook debet aan de vele faillissementen in de retail. De cijfers van online verkoop groeien nog sterk onder ouderen (maar stagneren momenteel bij jongeren). Onderzoek wijst echter uit dat online verkoop alleen succesvol kan zijn in combinatie met een fysieke winkel. De consument wil kunnen voelen en ook het sociale aspect speelt een belangrijke rol (het persoonlijke contact in de winkel).

Het verdwijnen van veel winkels en winkelketens heeft een negatief effect op de binnensteden, maar biedt ook kansen voor zelfstandige ondernemers. Twee positieve ontwikkelingen wil ik hier noemen. Ten eerste winkels waar het sociale en commerciële wordt gecombineerd (ook wel fluid spaces of blurring genoemd). Een mooi voorbeeld, waar wij tijdens onze opdracht in Antwerpen kennis mee hebben gemaakt, is de WASBAR (ook in Gent gevestigd). Dit is de combinatie van een wasserette en ontbijt- en lunchplek. Alle keren dat wij er waren zat het stampvol. Men kwam er tegelijk met vrienden de was doen onder het genot van een ontbijt, lunch of alleen een latte of een ander drankje. In Nederland is deze combinatie nog niet toegestaan, maar er is wel een landelijke proef gaande met  ‘mengvormen winkel/horeca’. Het is een initiatief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten waarbij in een winkel iets mag worden geschonken of in een horecagelegenheid iets mag worden verkocht.

De tweede ontwikkeling zijn monowinkels waarbij maar één type product, maar dan in allerlei variaties, te koop is: van theepotten-, balkoninrichting- (alles voor op het balkon), water-, zout-, condoom- tot ijs-op-een-stokje-winkels. Dit zijn voorbeelden van monowinkels van de ondernemer als de superliefhebber. Deze monowinkels komen met name voor in de Randstad, omdat ze een groot verzorgingsgebied met een hoge bevolkingsdichtheid vereisen en klantenbinding belangrijk is. Er is ook nog een andere categorie: de monowinkel als branding van een bekend merk zoals de Magnumwinkel (Unilever), Old Amsterdam en Nespresso. Dit zijn uiteraard geen voorbeelden van zelfstandige ondernemers die kansen zien. Deze categorie monowinkels trekt met name toeristen.

De vraag is of de ontwikkeling van fluid spaces/blurring en monowinkels van tijdelijke aard is en of die zich alleen tot de Randstad en enkele grote steden daarbuiten zal beperken. De tijd zal het leren.