Regelmatig worden wij door Rekenkamercommissies (RKC's) gevraagd om het toeristisch of citymarketingbeleid van hun gemeente te evalueren. Wij beoordelen dat beleid en de uitvoering vanuit onze kennis van de vrijetijdssector en trekken conclusies wat goed is gegaan en wat in de toekomst beter kan. Op basis daarvan doen we concrete en hanteerbare aanbevelingen voor het toekomstige toeristisch- of citymarketingbeleid. De afgelopen tijd hebben wij de RKC's van onder andere de gemeenten Epe, Harlingen, Gennep, Leiden, Emmen en Haarlemmermeer ondersteund bij het evalueren van hun toeristisch of citymarketingbeleid.

Wat doet een Rekenkamer(commissie)?
De RKC is een onafhankelijke commissie die de gemeenteraad ondersteunt bij zijn controlerende taak en die onderzoekt of het gemeentelijke beleid goed is uitgevoerd en het gewenste effect heeft gehad. Zo levert de RKC een constructieve bijdrage aan de kwaliteit van het bestuur. Toerisme is voor veel gemeenten een belangrijke economische pijler. Daarom kiezen veel RKC's ervoor om het toeristisch of citymarketingbeleid te evalueren.

Gele fietsen

Foto: Jeroen Bennink (Flickr)

Wat zijn belangrijke leerpunten?
Er is een aantal punten dat wij tegenkomen bij de meeste evaluaties:

  • Gemeenteraden en RKC's moeten ingevoerd zijn in veel verschillende beleidsterreinen en daarover een oordeel kunnen vormen. Het is lastig om van alle beleidsterreinen voldoende kennis te hebben en in de praktijk blijkt in het algemeen bij gemeenteraden en RKC's de kennis van toerisme beperkt.

  • Toerisme is een samengesteld product. Naast Economische Zaken, waar toerisme of citymarketing vaak onder valt, zijn er andere gemeentelijke afdelingen en diensten die direct of indirect invloed hebben op het toeristisch product en daarmee op de ontwikkeling van toerisme. Denk bijvoorbeeld aan afdelingen waaronder kunst, cultuur en cultureel erfgoed, haven en openbare ruimte vallen. Dat maakt het beoordelen van de effecten van het toeristisch beleid sec lastig.

  • Daarnaast zijn er vele stakeholders buiten de gemeentelijke organisatie actief in de toeristische sector, zoals toeristische ondernemers, evenementenorganisatoren, culturele organisaties en detailhandel. Deze stakeholders hebben ieder hun eigen belangen.

  • Afgezien van interne (gemeente) en externe stakeholders zijn er lokale, regionale, nationale en internationale ontwikkelingen en gebeurtenissen waar zij geen invloed op hebben. Voorbeelden hiervan zijn macro-economische ontwikkelingen, rampen en terreurdreiging, wat allemaal effect heeft op de ontwikkeling van toerisme.

  • Er is beperkt cijfermateriaal voorhanden over toerisme en de toeristische ontwikkeling. De meeste gemeenten hebben wel cijfers over de omvang van het verblijfstoerisme (het aantal overnachtingen), maar niet over de bestedingen van de verblijfstoeristen. Daarnaast is er bijna nooit informatie over de omvang en de bestedingen van het dagtoerisme omdat deze groep niet makkelijk in kaart is te brengen. Terwijl de dagtoeristen veel talrijker zijn dan de verblijfstoeristen.

  • Er zijn nauwelijks tot geen economische impactstudies die elders zijn uitgevoerd en die kunnen worden gebruikt als referentiekader voor de evaluaties van het toeristisch of citymarketingbeleid. Bovendien is de situatie in verschillende bestemmingen te specifiek om deze zomaar als blauwdruk te kunnen gebruiken.    

Hoe gaan we hiermee om?
Bij de evaluaties is uiteraard het toeristisch- of citymarketingbeleid uitgangspunt. Wel kijken we naar andere (relevante) beleidsterreinen en beoordelen hoe het toeristisch of citymarketingbeleid is afgestemd met deze beleidsterreinen. We verzamelen en analyseren het cijfermateriaal dat voorhanden is. Omdat de gerealiseerde effecten echter veelal niet goed te meten zijn, beoordelen we het potentiële effect van een activiteit of project onder andere aan de hand van de toeristische aanbodpiramide. Dit is een theoretische benadering maar geeft wel houvast voor gemeenteraad en RKC. 

Deze piramide verdeelt het toeristische aanbod in drie niveaus:

  • De onderkant van de piramide, die wordt gevormd door de basisvoorzieningen in een bestemming. Die basisvoorzieningen zijn onder andere het reguliere aanbod aan logiesaccommodaties, restaurants en cafés, winkels, wandel- en fietspaden, jachthaven, bereikbaarheid, parkeervoorzieningen enz. De potentiële toerist gaat ervan uit dat deze voorzieningen, die op zich geen reden zijn om een stad te bezoeken, in orde zijn. Maar als dat niet zo is, is dat wel een reden om weg te blijven.

  • Het middenniveau van de piramide bestaat uit de aantrekkelijke bezienswaardigheden of voorzieningen die maken dat de bezoeker langer blijft, mogelijk meer besteedt of er nog een keer terugkomt.

  • De top van de piramide wordt gevormd door bezienswaardigheden die voor de potentiële bezoekers een reden vormen om naar een bestemming toe te komen. Dit zijn de onderscheidende ‘must see’-bezienswaardigheden waarmee nieuwe toeristen kunnen worden getrokken.

Als bijvoorbeeld een van de activiteiten uit het toeristisch beleid is om betere parkeervoorzieningen te realiseren, een voorziening die behoort tot de basisinfrastructuur, dan zal dit niet direct meer toeristen trekken. Een nieuw, kwalitatief goed museum daarentegen hoort thuis in het middenniveau van de piramide en zal dat zeker wél doen.

Volendam

Foto: Joiseyshowaa (Flickr)